Woudrichem

Woudrichem

In de vestingstad Woudrichem komen twee grote rivieren samen. Daarom is de stad in het westen van Nederland al lang van strategisch belang. Tegenwoordig dient Woudrichem ook als toegangspoort tot het jonge Nationaal Park Biesbosch. Als een visser tegenwoordig op de granieten oever van de rivier opschept dat hij eindeloze zalm in zijn net heeft gevangen, kunnen de oude inwoners van Woudrichem alleen maar vermoeid glimlachen. Het zitje op de bank wordt immers niet voor niets de ligbank genoemd. Met andere woorden, vissers verspreiden hier al generaties lang hun zeemansgaren. Maar de kleine verhalen over zalm in de Rijn horen niet automatisch thuis in het rijk der fabelen.

Zalm in de Rijn

Nog maar 100 jaar geleden zou bijna niemand verbaasd zijn geweest als een ijverige zoetwaterzeiler enkele tientallen van de raadselachtige wildvissen met slechts één vangst had aangevoerd. Het kleine dorpje ligt op een punt waar twee van de machtigste rivieren van Europa samenkomen: de Rijn in de vorm van zijn zijrivier, de Waal en de Maas. Beiden handelen samen op de resterende 30 kilometer naar de Noordzee als Merwede. En beide zijn millennia lang belangrijke verkeersaders geweest voor zalm die het binnenland in trekt om te paaien.

Tegenwoordig geniet Woudrichem van zijn ligging aan de drie rivieren. In vroegere eeuwen was de grote strategische relevantie echter vaak een risicofactor. Nog voordat de stad in Dreiländeck tussen Brabant, Gelderland en Zuid-Holland in de 14e eeuw stadsrechten kreeg, vielen indringers het herhaaldelijk aan. Nadat de Spanjaarden in 1573 twee keer een ravage aanrichtten boven Woudrichem, hadden de bewoners er genoeg van: er werd een fort gebouwd, dat in 1586 klaar was. Een massief gebouw. Met stadsmuur, gracht, bastions en arsenaal. Het vestingstadje Woudrichem is perfect bewaard gebleven De muur van de vestingstad Woudrichem is tot op de dag van vandaag in weinig gewijzigde vorm bewaard gebleven. Het is de grootste troef van de stad. Binnen zijn er precies 310 huizen opgesteld langs een handvol straten. Maar de moeilijke tijden zijn voorbij: er is meer vraag naar vastgoed in Woudrichem dan ooit, ook al is het klein en scheef, want de sfeer is onderscheidend. Zeker in tijden van voortschrijdende verstedelijking.

Een echte schat is het woongebouw aan de Molenstraat 2, het zogenaamde Jacoba van Beierenhuis. Bij het ontvluchten van Gent vond de Gravin (1401-1436) hier korte tijd onderdak. Later, van 1965 tot 1985, woonden Franciscaanse nonnen in het grootste woongebouw van de stad en werd er speciaal voor hen een kapel in de achtertuin opgericht. Tegenwoordig is het huis in particulier bezit – met de voormalige kapel als mooiste woonruimte.

Het verval van een heel beroep nam zijn beloop. Maar terwijl de vissers bijna overal in de stad hun handel opgaven, hielden de riviervissers in de vestingstad Woudrichem het met hun vloot van meer dan 100 boten het langst vol. Pas in de jaren twintig was het voorbij.

Molen volgens oude traditie

Woudrichem herstelde zich pas in de jaren tachtig. Sindsdien wint het toerisme gestaag aan belang. Dat kon echter een andere achteruitgang niet tegenhouden – tot ergernis van de bewoners: doordat steeds meer boodschappen met de auto werden gedaan, verdween de al lang bestaande infrastructuur geleidelijk. Tegenwoordig kunnen bezoekers kiezen uit een tiental restaurants. Een slager of supermarkt zoek je tevergeefs. “Maar er is hoop”, lacht ze. “We hebben nu in ieder geval weer een bloemenwinkel. En binnenkort gaat er weer een bakkerij open.” Ook Bart Mols verdient zijn geld met het hoofdbestanddeel van het bakkersgilde. Hij is de molenaar van de molen Nooit Gedaagt, die op de stadsmuur troont en van ver te zien is. In de replica van een historisch model, voltooid in 1995, produceert hij een verscheidenheid aan meel. En toch, geeft hij toe, is alles tegenwoordig geautomatiseerd. “Alleen de molensteen, die uitsluitend door windkracht wordt aangedreven.” Met als gevolg dat er bij rust geen vers meel is.

Uitzicht op het nationale park de Biesbosch

Via een scheve trapconstructie neemt Mols de bezoekers graag mee naar het uitkijkplatform van de molen. Hoewel het fladderende geluid van de vleugels respect oproept, waarschuwt de gastheer bezoekers om hun pad niet te kruisen. Dan wijst hij met uitgestrekte arm naar de stervormige bastions rondom de plek. Mooi of? Op geselecteerde dagen reikt het uitzicht tot aan Nationaal Park Biesbosch (klik hier voor mijn verhaal over Nationaal Park Weerribben-Wieden). Van broodmix met walnoten tot mengsels voor poffertjes of cranberrycake tot puur graan, op de begane grond van de molen verkoopt Mols verschillende producten, waarvoor hij zijn hand in het vuur steekt. Helaas is hij afhankelijk van import van de hoofdingrediënten uit Duitsland en Frankrijk, omdat het klimaat voor het verbouwen van graan in Nederland niet meer toelaat dan gebruik als veevoer. Maar hij biedt zijn klanten een breed scala aan andere producten die uitsluitend uit de omgeving komen. Appelstroop bijvoorbeeld, maar ook kaas en heidehoning.

Meer te zien en te doen

Vanzelfsprekend is er in en rond dit stadje nog veel meer te doen. Een tip, schaf de kortingskaart van nappas aan, waarmee je korting kunt krijgen op verschillende dagjes uit en leuke evenementen.

Woudrichem
Schuiven naar boven